ZNA Labgids - F IX inhibitor

Trefwoorden:F IX inhibitor, Factor IX inhibitor, Stollingsfactor IX inhibitor

Ga terug

Parameter Waarde
STAALTYPE Citraat plasma
RECIPIËNT Citraattube
ACTIVITEITENCENTRA MI
AFNAME-HOEVEELHEID fractie 7 (cryotube) 0.5 mL (fractie 7: FVIII inh, FIX inh, FV, FX, FII, FXII, FXIII, verworven anticoagulans)
ALGEMENE OPMERKINGEN
De citraatbuis bij voorkeur na een serumbuis afnemen. Nooit na een EDTA of heparine tube. In RRL JP en STV enkel verwerking van de stalen wanneer tijd tot volgend transport meer dan 1 uur bedraagt. Voor verwerking: zie flowchart verwerking stalen speciale stolling.
TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL
TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS Diepgevroren
METHODE chronometrie
UITVOERFREQUENTIE wekelijks
MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport)
BIJ-AANVRAGEN
ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) Ja
RIZIV-REGELS
RIZIV-NOMENCLATUUR 554050
NON-RIZIV AANREKENING
BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING
klinische fiche F IX inhibitor in Citraat plasma
Klinisch toepassingsgebied: De F IX:C bepaling uitgevoerd op verschillende verdunningen van patiëntenplasma met normaal plasma is een test voor de kwantitatieve meting van de F IX:C inhibitoren bij patiënten met verlaagde F IX en bloedingsneigingen te wijten aan de aanwezige verworven inhibitor. Antistoffen tegen Factor IX: Komen voor bij patiënten met ernstige hemofilie A (tot 20% van de patiënten). Bij milde vormen van hemofilie A zijn ze zeldzamer en ook minder sterk. Daarnaast komen zij ook voor bij niet-hemofilie patiënten in associatie met chronische inflammatoire pathologie (systeemlupus, rheumatoïde arthritis, inflammatoire darmziekten), zwangerschap, maligniteit, soms zonder enig aanwijsbare afwijking (idiopathisch).

Ga terug