ZNA Labgids - PCR Herpes simplex (type 1 en 2)

Trefwoorden:Herpes simplex (type 1 en 2) PCR, HSV (type 1 en 2) PCR, PCR Herpes simplex (type 1 en 2), PCR HSV (type 1 en 2)

Ga terug

Parameter Waarde
STAALTYPE CSV - Cerebrospinaal vocht; EDTA vol bloed; Oogvocht; BAL - Broncho Alveolaire Lavage; genitaal monster; wisser/transportmedium
RECIPIËNT Steriel potje, Steriele tube, Wisser in transportmedium
ACTIVITEITENCENTRA MI
AFNAME-HOEVEELHEID > 300 µl voor vochten
ALGEMENE OPMERKINGEN
 
TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL Kamertemperatuur
TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS Kamertemperatuur
METHODE Real-time PCR
UITVOERFREQUENTIE alle dagen behalve zon- en feestdagen
MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport) 72 u
BIJ-AANVRAGEN
ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) Ja
RIZIV-REGELS
RIZIV-NOMENCLATUUR 556813
NON-RIZIV AANREKENING 19913: Aangerekendbedrag: 67,4 €, Opmerkingen:
In LAB400 NIET bij de prestatiecode:  RIZIV 556813/556824 (Enkel bij Encefalitis/meningitis/my elitis; Immunosppressie en oesofag. Intest. Of resptractus laesies; Keratitis/uveitis/acute retinits)
Inbrengen op het papieren aanvraagformulier gebeurt momenteel nog via een diagnosecode zodat de correct facturatie-analyse wordt toegevoegd, dit voor de aanrekening.
Via elektronische aanvragen wordt er gewerkt met aparte batterijen waarin de facturatie-analyses mee in verwerkt zijn. 
BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING Indien niet voldaan aan de RIZIV diagnoseregels wordt er 66€ aan de patiënt aangerekend Indien uitgevoerd ter vervanging van viruskweek: 20€ voor ZNA patiënten en 40€ voor niet-ZNA patiënten
klinische fiche Herpes simplex virus 1 en 2
De Anti-Herpes Simplex IgG test wordt aangevraagd als screeningstest ter evaluatie van de immuunstatus wat vooral van belang is bij patiënten met een verlaagde immuniteit (leukemie-, AIDS- en transplant patiënten) gezien de kans op reactivatie. Interferenties: Stalen gecontamineerd met micro-organismen, kunnen echter valse resultaten geven. Een antibiotica therapie kan de ontwikkeling van een antistoffen response onderdrukken. Interpretatietabel: (bron 1/2007 bijsluiter)
Algemeen
Herpes simplex behoort tot de herpesviridae, een groep van grote dubbelstrengs (ds) DNA-virussen met een virusenvelop (en bijgevolg gevoelig aan zuren, solvents, detergenten en uitdroging). Allen hebben ze de mogelijkheid om latent in het lichaam aanwezig te blijven en zo opstoten van infectie te veroorzaken. De gekende humane herpesvirussen zijn herpes simplexvirus type 1 en 2 (HSV 1 en 2), Varicella-zoster virus (VZV), Epstein-Barr virus (EBV), cytomegalovirus (CMV) en humane herpesvirus 6, 7 en 8 (HHV6, HHV7 en HHV8). Daarnaast bestaat er ook nog het apenherpes virus (Simian Herpes B virus) dat eveneens ziekte bij de mens kan veroorzaken. De virussen zijn alomtegenwoordig, maar veroorzaken in verhouding zelden ernstige ziekte. Zo is tot 90% van de mensen in contact geweest met HSV-1 tegen de leeftijd van 2 jaar.
HSV1 en HSV2 gelijken zeer sterk op elkaar, zowel van DNA-homologie, als van antigenen en weefseltropisme. Beiden kunnen ze de meeste celtypes infecteren met een cellyse tot gevolg, een persisterende infectie in witte bloedcellen en macrofagen, of een eventuele latente infectie in neuronen (afhankelijk van welke virale genen het neuron kan transcriberen).
Initieel veroorzaken HSV-1 en 2 een infectie op de plaats van inoculatie en nadien een latente infectie in het innerverende neuron via retrograad transport naar het ganglion (van de trigeminus voor orale HSV en de sacrale ganglia voor genitale HSV). Na infectie kunnen beide types potentieel een viremie veroorzaken, maar het is voornamelijk HSV-2 dat hiertoe het meeste potentie heeft. Bij reactivatie veroorzaakt het virus bij sommigen vesiculaire laesies op de initiële infectieplaats. Deze reactivatie wordt veroorzaakt door een bepaalde stimulus (zoals stress, trauma, koorts, …) welke het virus aanzet om opnieuw te repliceren en zo opnieuw via het neuron zich te manifesteren in hetzelfde dermatoom.
Door de al dan niet symptomatische reactivatie, blijft een geïnfecteerd levenslang besmettelijk. Deze besmetting kan gebeuren vanuit het vocht in de blaasjes, speeksel of via vaginale secreten.
 
Klinische achtergrond
Beide types HSV kunnen zowel orale als genitale laesies veroorzaken welke klassiek begint als een helder blaasje op een rode achtergrond met een verdere progressie naar eerder pustulaire letsels met korstvorming. Wel veroorzaakt HSV-1 frequenter een reactivatie dan HSV-2, maar HSV-2 veroorzaakt dan weer vaker een reactivatie bij genitale herpes dan HSV-1.
Primaire herpes labialis of gingivostomatitis wordt bij zuigelingen bijna altijd veroorzaakt door HSV-1, maar vanaf latere leeftijd kan dit door beide types worden veroorzaakt. Letsels bij primaire orale herpes kunnen zeer uitgebreid zijn met aantasting van het tandvlees, het palatum, de mondmucosa, de tong en de farynx tot zelfs een oesofagitis. Een differentiaaldiagnose kan gemaakt worden met coxsackievirus.
Bij reactivatie van het virus in de orale regio kunnen de typische koortsblaasjes verschijnen (vaak zonder een duidelijke primo-infectie vooraf), welke meestal verschijnt in de mondhoek of vlak naast de lippen. Ook herpesfaryngitis kan voorkomen bij reactivatie van het virus. Bij immuun-gecompromitteerde personen kan reactivatie een ernstige stomatitis veroorzaken welke sterk kan gelijken op een primo-infectie.
HSV kan ook infecties van het oog veroorzaken. Deze herpes-simplexkeratitis is meestal unilateraal, maar kan blindheid veroorzaken vanwege de verlittekening en corneaschade.
Via huidpenetratie doorheen de niet-intacte huid kan HSV een infectie veroorzaken. Vaak ziet men dit aan vingers (het zogenaamde herpetic whitlow) maar ook op de rest van het lichaam kan met dit zien (herpes gladiatorum). Herpes-infectie van de vingers ziet men vaker bij artsen en verpleegkundigen, maar ook bij kinderen die duimzuigen en bij mensen met genitale herpes. Herpes gladiatorum is eerder gerelateerd aan contactsporten.
Actief eczeem versnelt de verspreiding van HSV met meer uitgebreide letsels, het eczema herpeticum. Het gevaar dreigt hier voor uitbreiding naar inwendige organen.
Genitale herpes, welke meestal wordt veroorzaakt door HSV-2 (maar niet uitsluitend), veroorzaakt bij de man meestal laesies op de glans penis of thv de schacht, maar ook letsels in de urethra kunnen voorkomen. Bij de vrouw kan men letsels terugvinden op de vulva, in de vagina, op de cervix, perianaal of op de binnenkant van de dijen en veroorzaken jeukende letsels en vaginale secretie. Meestal zijn de letsels bij genitale herpes eerder pijnlijk en primaire infectie kan ook meer systemische symptomen veroorzaken, zoals koorts en spierpijn, door transiënte viremie. Bij re-infectie van genitale herpes door reactivatie zijn de klachten vaak minder ernstig en korter van duur. Van belang is dat ook asymptomatische patiënten het virus kunnen verspreiden.
Herpes encefalitis is een meer gevreesde manifestatie van een HSV-infectie met een significant morbiditeit en mortaliteit, ook bij een adequate behandeling. Deze wordt meestal door HSV-1 veroorzaakt (> 95%), zowel na primo-infectie als na reactivatie, en is vaak gelimiteerd tot een van de temporaalkwabben. Hier kan het virus (en de afweer tegen het virus) hersenschade veroorzaken met epileptische aanvallen en focale uitvalsverschijnselen tot gevolg. HSV is de meest frequente veroorzaker van een virale encefalitis.
Daarnaast kan ook een herpes meningitis ontstaan. Dit is meestal door HSV-2 vanuit genitale laesies en is zelflimiterend.
Neonatale HSV-infectie is zeer ernstig, met vaak een fatale afloop. Dit wordt meestal veroorzaakt door HSV-2 vanuit genitale laesies, overgedragen tijdens de partus, of voordien via een opstijgende primo-infectie of na de geboorte door contact met andere mensen (familie of verzorgend personeel). De infectie dissemineert zich hierbij snel naar de organen evenals het CZS.
 
Diagnostische achtergrond
Cytologie: De viruskweek is een veelal verlaten methode en wordt nog maar in weinig labo’s uitgevoerd. Hierbij wordt virus geoogst vanuit vocht van een blaasje en geïnoculeerd op een bodem van humane cellen (of konijn-nierparenchymcellen). Hierop kan een typisch cytopathogeen effect waargenomen worden indien het virus aanwezig is. Deze methode wordt niet meer gebruikt in ons labo.
 
Serologie: Is slechts zelden nuttig in de klinische praktijk, tenzij voor het diagnosticeren van een primo-infectie bij neonaten of voor epidemiologische doeleinden.
 
PCR: Dit is de meest sensitieve methode voor het rechtstreeks aantonen van HSV in letsels van genitale en mucocutane lokalisatie, hierbij is het ook zeer nuttig voor de detectie van asymptomatische HSV-verspreiders. PCR is tevens de gouden standaard voor de diagnostiek van Herpes-Simplex-encefalitis door de hoge sensitiviteit en specificiteit. Ook voor de oculaire infecties heeft PCR een plaats.

Ga terug