ZNA Labgids - CMV PCR (kwantitatief)

Trefwoorden:CMV PCR Cytomegalovirus (kwantitatief)

Ga terug

Parameter Waarde
STAALTYPE EDTA plasma
RECIPIËNT EDTA tube 3 ml, EDTA tube 6 ml
ACTIVITEITENCENTRA MI
AFNAME-HOEVEELHEID
ALGEMENE OPMERKINGEN
TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL Kamertemperatuur
TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS Gekoeld
METHODE in house test
UITVOERFREQUENTIE 2x per week: dinsdag en vrijdag
MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport) 1 week
BIJ-AANVRAGEN
ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) Ja
RIZIV-REGELS CR114: De verstrekkingen 550631 - 550642 en 550970 - 550981 mogen onderling niet worden gecumuleerd.
DR78: De verstrekkingen 550970 - 550981 en 549894 - 549905 mogen enkel worden aangerekend bij transplantpatiënten, infectie met het HIV of bijbehandeling met immunosuppressive.
RIZIV-NOMENCLATUUR 550970
NON-RIZIV AANREKENING 19810: Aangerekendbedrag: 45,18 €, Opmerkingen:
In LAB400 NIET bij de prestatiecode: RIZIV 550970/550981
WEL keuzeveld op formulier
Zowel op het papieren als het elektronisch aanvraagformulier staan aparte batterijen gedefinieerd waarin de factruatie-analyses mee in verwerkt zijn.
BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING Indien niet voldaan aan de diagnoseregels RIZIV wordt er 44€ aan patiënt aangerekend
klinische fiche CMV PCR
Cytomegalovirus (CMV) maakt deel uit van de herpesvirus familie, samen met Epstein-Barr virus, herpes simplex virus-1 en -2, varicella zoster virus, en humaan herpesvirus (HHV)-6, -7, en -8. Deze virussen hebben een gelijkaardige structuur, zoals een genoom bestaande uit dubbelstrengs lineair DNA, een icosahedrale virus capside, en een virus enveloppe.
Klinische achtergrond
CMV infecties komen frequent voor bij overigens gezonde kinderen en volwassenen. Deze infecties verlopen meestal asymptomatisch maar kunnen soms ook een mononucleose-achtig beeld veroorzaken.
Aangezien CMV een levenslange infectie veroorzaakt, is het belangrijk om een actieve ziekte te onderscheiden van een latente infectie en asymptomatische reactivatie. CMV ziekte is een CMV infectie vergezeld van symptomen of tekens te wijten aan deze CMV infectie. CMV ziekte kan zich manifesteren als een viraal syndroom (koorts, malaise, leukopenie, thrombocytopenie,..) of als een invasieve weefselinfectie.
CMV infecties tijdens de zwangerschap kunnen leiden tot congenitale CMV waarvan 5-20% symptomatisch is bij de geboorte (o.a. kleine gestalte, microcephalie, ventriculomegalie, chorioretinitis, hepatitis, splenomegalie, thrombocytopenie, petechieën). Deze kinderen hebben een mortaliteit van 5% en van de overlevenden zal 50-60% ernstige lange termijn neurologische morbiditeit ontwikkelen (o.a. progressief gehoor- en/of gezichtsverlies, cognitieve stoornissen). Van de initieel asymptomatische kinderen zal nog 15-25% neurologische sequellen ontwikkelen binnen de eerste 3 levensjaar. 
In het geval van  een primaire maternele CMV-infectie, wordt het virus in ongeveer 40%  van de gevallen naar de foetus overgedragen, in het geval van een niet-primaire maternele infectie (reactivatie/reïnfectie) bedraagt dit percentage ongeveer 0.2-2%. De kans op transmissie neemt toe naarmate de zwangerschap vordert, terwijl het risico op symptomatische ziekte en ernstige sequellen afneemt.
 
Bij immuungecompromitteerde patiënten (AIDS-patiënten, kankerpatiënten vnl. leukemie- en lymfoompatiënten onder chemotherapie, orgaantransplanten en hematopoiëtische stamceltransplanten) kan CMV ernstige infecties veroorzaken. Infecties bij deze patiënten kunnen te wijten zijn aan reactivatie van een latent virus, een primo-infectie, of een herinfectie. Klinische ziekte te wijten aan CMV kan zich onder verschillende vormen presenteren zoals febriel syndroom, hepatitis, pneumonitis, retinitis, encephalitis, oesophagitis en colitis. Aangezien deze symptomen kunnen overlappen met andere infectieuze processen en rejectie, is een correcte diagnose essentieel. De frequentie en de ernst van CMV infecties bij orgaantransplanten is variabel en afhankelijk van verschillende factoren, zoals het type transplant, het gedoneerde orgaan, de immuunstatus van de recipiënt en de duur van immuunsuppressie.
Diagnostische achtergrond
Het diagnostisch arsenaal omvat serologie, kwalitatieve en kwantitatieve PCR, antigenemie, viruskweek en histopathologie. De diagnostische aanpak hangt af van het ziektebeeld.
• Serologie
Het opsporen van CMV specifieke antistoffen is de aanbevolen test bij immuuncompetente personen die verdacht zijn voor een acute CMV-infectie. Serologie heeft geen rol voor het diagnosticeren van CMV ziekte in immuungecompromitteerde patiënten.
•  Kweek  
CMV kan gekweekt worden uit verschillende lichaamsvochten en weefsels maar is het meest nuttig voor diagnose van congenitale CMV (urine) en invasieve weefselinfecties. CMV kweek op bloed is onvoldoende gevoelig.
 • Histopathologie
Histologisch onderzoek van weefselbiopten wordt beschouwd als gouden standaard voor de diagnose van invasieve weefselinfecties door CMV. De diagnose is gebaseerd op het aantonen van typische inclusies, en kan bevestigd worden door immunohistochemische kleuring.
• CMV pp65 antigenemie
Deze test detecteert CMV proteïnes (pp65) in perifeer bloed leukocyten. Deze test is gevoeliger dan kweek voor detectie van CMV in bloed. Gezien echter de voordelen van kwantitatieve PCR (verhoogde staalstabiliteit, kleiner volume nodig, mogelijkheid om patiënten met leukopenie te testen), wordt de CMV antigenemie test steeds minder toegepast.
•  Moleculaire testen
PCR is een zeer gevoelige methode en de kwalitatieve detectie van CMV DNA heeft slechts een beperkte waarde om symptomatische ziekte te voorspellen of om het succes van antivirale therapie te monitoren. CMV DNA kan in het bloed immers gedetecteerd worden in de afwezigheid van klinische ziekte en kan na succesvolle therapie van symptomatische patiënten nog gedurende weken tot maanden worden gedetecteerd.
De meeste labo’s gebruiken kwantitatieve real-time PCR assays voor het monitoren van patiënten die een risico lopen op CMV ziekte, voor de diagnosestelling van actieve CMV-ziekte en om de respons op therapie te monitoren. Kwantitatieve PCR kan zowel op volbloed als op plasma uitgevoerd worden. Hoewel de virale lading in volbloed tot 10x hoger kan zijn dan in plasma kan geen onderscheid gemaakt worden tussen DNA van latent virus versus actief replicerend virus. Het aantonen van CMV DNA in plasma is daarom een betere voorspeller voor de aanwezigheid van actief replicerend virus. Het is daarom belangrijk om relatieve veranderingen in DNA-levels van seriële bloedstalen afgenomen over verloop van tijd en gemeten in dezelfde matrix op te volgen.
Sinds 2010 is er een WHO internationale standaard beschikbaar. Door het uitdrukken van virale lading in IU/ml wordt standaardisatie tussen verschillende testen en verschillende laboratoria mogelijk gemaakt. Studies hebben aangetoond dat patiënten met symptomatische ziekte een hogere CMV load hebben in vergelijking met asymptomatische patiënten. Een virale lading cut-off voor het definiëren van symptomatische ziekte is tot op heden niet beschikbaar (o.a. door het ontbreken van een internationale standaard in het verleden).
In functie van het klinisch beeld:
• Viraal syndroom:
Voor transplantpatiënten kan de diagnose van een CMV ziekte gesteld worden door een positieve virale lading in combinatie met symptomen die consistent zijn met een CMV infectie. Transplantpatiënten en HIV-patiënten kunnen echter ook een low-level viremie hebben die geen therapie vereist.
• Congenitale CMV infectie:
In het laboratorium kan congenitale CMV infectie aangetoond worden door kweek of door moleculaire detectie van CMV uit urine of speeksel afgenomen tijdens de eerste 3 weken na geboorte. Na 3 weken kan geen onderscheid meer gemaakt worden tussen congenitale en postnatale infectie.
Opsporen van CMV in bloed in eerste lijn is weinig zinvol want niet alle geïnfecteerde neonaten zijn viremisch. Serologie is minder gevoelig en specifiek en daardoor niet aangewezen.
Speeksel is meer onderhevig aan foutieve afname (bv. te weinig staal). Ook kunnen vals-positieve resultaten voorkomen bij CMV geïnfecteerde moeders als gevolg van contaminatie met resten moedermelk in de mond van het kind.
• Invasieve weefselinfectie:
Histopathologie is de gouden standaard voor diagnose van een invasieve weefselinfectie met CMV.
Een positieve kweek van een biopsiespecimen kan verenigbaar zijn met een CMV infectie maar hierbij dient men rekening te houden met het feit dat het weefsel gecontamineerd kan zijn met bloed of lichaamssecreties en virale shedding (urine, BAL, faeces) ook aanwezig kan zijn in de afwezigheid van klinische ziekte.
Bij patiënten verdacht voor een invasieve CMV ziekte is het ook aangewezen om een PCR op bloed te bepalen aangezien deze resultaten snel beschikbaar zijn en seriële testen op bloed ook kunnen gebruikt worden om de respons op therapie te monitoren. Een negatieve PCR op bloed sluit een invasieve weefselinfectie echter niet uit (zeker niet in het geval van CMV gastro-intestinale ziekte, pneumonie of retinitis). 
• Pneumonitis:
De identificatie van CMV inclusies in cellen van BAL of longbiopten ondersteunt de diagnose van een CMV ziekte. Een positieve cultuur is moeilijk te interpreteren aangezien CMV vaak aanwezig is in respiratoire secreties in afwezigheid van ziekte. Bij longtransplanten kan men een kwantitatieve CMV PCR uitvoeren op BAL-vochten. PCR heeft een hogere gevoeligheid dan cultuur maar ook hier kan een positieve test wijzen op zowel virale shedding als pulmonaire ziekte.
• Gastro-intestinale ziekte:
Aangezien PCR op bloed negatief kan zijn, berust de diagnose van gastro-intestinale ziekte  op kweek en histopathologie van biopten. Meerdere biopsies zijn nodig aangezien de aantasting lokaal en in ‘patches’ kan zijn.
• Ziekte van het centraal zenuwstelsel:
PCR testen op cerebrospinaal vocht zijn de aangewezen test voor de diagnose van CMV infecties van het centraal zenuwstelsel. Vals positieve resultaten zijn echter mogelijk (bv. bij patiënten met een bacteriële meningitis bij wie CMV DNA in bloed de ontstoken bloed-hersen-barrière passeert en het CSV contamineert).
 

Ga terug