ZNA Labgids - PT

Trefwoorden:INR, PT onder medicatie, PT (Quick) Protrombinetijd, Protrombinetijd

Ga terug

Parameter Waarde
STAALTYPE Citraat plasma
RECIPIËNT Citraattube
ACTIVITEITENCENTRA JP, MI, ST
AFNAME-HOEVEELHEID 1 volledig gevulde tube !
ALGEMENE OPMERKINGEN
De correcte vulling van een citraatbuis is essentieel! Citraattube bij voorkeur na een serumtube afnemen. Nooit na een EDTA of heparine tube.
 
Deze test is niet gevalideerd voor de opvolging van de NOAC's.
TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL
TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS
METHODE chronometrie
UITVOERFREQUENTIE 24/24; urgentieparameter
MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport) 1,5u
BIJ-AANVRAGEN Kan uitgevoerd worden tot 24u na afname.
ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) Ja
RIZIV-REGELS
RIZIV-NOMENCLATUUR 554573
NON-RIZIV AANREKENING
BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING
klinische fiche PT in Citraat plasma

Klinisch toepassingsgebied: PT is een screening test van het extrinsiek stollingssysteem ( factoren II, V, VII en X ). PT kan ook gebruikt worden voor de monitoring van antivitamine-K therapie ( enkel bij patiënten die stabiel geanticoaguleerd zijn, dwz vanaf dag 6 na de ladings-dosis ) wegens zijn gevoeligheid voor variaties in de concentratie van vitamine-K dependente FII, VII en X.

Verhoogde waarden: VERLENGDE PT-WAARDEN 1.Congenitale deficiënties van het protrombinecomplex 2.Deficiënties bij ·behandeling met vit-K antagonisten ·hemorrhagische ziekte van de pasgeborene ·intestinale malabsorptie ·leverlijden (cirrhosis, hepatitis, geelzucht) ·fibrinolyse ·DIC (Dissiminated Intravascular Coagulation) 3.Dilutie effect bij transfusie
4.Specifieke inhibitoren vb Factor V
5.Sterk lupus anticoagulans

Interferenties: ·Geen interferentie van heparine bij een concentratie van UFH tot 1 IU/ml en LMWH tot 1 antiXa IU/ml, omdat het reagens een specifieke inhibitor tegen heparine bevat. ·PT wordt beïnvloed door een lage concentratie fibrinogeen. ·Invloed van hemolyse .directe thrombin inhibitoren (hirudin bijv. Refludan en Argatroban bijv. Novastan), een nieuwe klasse anticoagulantia.

Interpretatietabel:
Resultaten boven de 100% hebben geen pathologische waarde.
Referentiewaarden PT(INR) bij orale anticoagulantia : (uit : Guidelines, B.J. Haemat, 1998 * Guidelines, B.J. Haemat, 2000) TARGET INR
-Preventie en behandeling DVT, longembool en symptomatische erfelijke trombofilie, veneus 2,5 tromboembolisme en arteriële trombose bij Antifosfolipid syndroom*
-Voorkamerfibrillatie, cardiomyopathie, cardioversie 2,5
-Mechanische hartklepprothese 3,5
-Recidiverende DVT onder warfarine 3,5

Referentiewaarden: PT in Citraat plasma
Detail Referentiewaarde Variabelen Geslacht Leeftijden Opm.
PT in Citraat plasma 70-100 % Beide alle
PT in Citraat plasma [MI STA-R] (MI) 70-116 % Beide > 6 mnd
PT onder medicatie (Point of Care) in vol bloed 70-116 % zonder orale antistollingstherapie Beide > 6 mnd
PT in Citraat plasma [MI STA-R] (MI) 67,22-94,29 % Beide 90-180 dgn
PT onder medicatie (Point of Care) in vol bloed 67,22-94,29 % Beide 90-180 dgn
PT in Citraat plasma [MI STA-R] (MI) 63,97-102,94 % Beide 30-90 dgn
PT onder medicatie (Point of Care) in vol bloed 63,97-102,94 % Beide 30-90 dgn
PT in Citraat plasma [MI STA-R] (MI) 63,97-102,94 % Beide 5-30 dgn
PT onder medicatie (Point of Care) in vol bloed 63,97-102,94 % Beide 5-30 dgn
PT in Citraat plasma [MI STA-R] (MI) 57,58-102,94 % Beide 1-5 dgn
PT onder medicatie (Point of Care) in vol bloed 57,58-102,94 % Beide 1-5 dgn
PT in Citraat plasma [MI STA-R] (MI) 54,24-102,94 % Beide 0-1 dg
PT onder medicatie (Point of Care) in vol bloed 54,24-102,94 % Beide 0-1 dg

Ga terug