ZNA Labgids - kalium

Trefwoorden:kalium

Ga terug

Parameter Waarde
STAALTYPE Heparine plasma
RECIPIËNT Lithium-Heparine MET gel
ACTIVITEITENCENTRA JP, MI, ST
AFNAME-HOEVEELHEID 2,6 ml
ALGEMENE OPMERKINGEN
Niet aanbevolen op EDTA en Citraat plasma.
TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL
TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS
METHODE Indirecte potentiometrie
UITVOERFREQUENTIE 24/24
MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport)
BIJ-AANVRAGEN Maximaal 7 dagen
ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) Ja
RIZIV-REGELS
RIZIV-NOMENCLATUUR 540934
NON-RIZIV AANREKENING
BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING
klinische fiche Kalium in bloed
Klinisch toepassingsgebied: Kalium is het voornaamste kation van de intracellulaire vloeistof. De bepaling van kalium wordt uitgevoerd bij afwijkingen in de elektrolietenbalans, hartritmestoornissen, spierverzwakking, hepatische encefalopathie, nieraandoeningen, bij de controle van keto-acidose in diabetes mellitus en bij intraveneuze toediening. Principe: De 'slide' bestaat uit 2 ion-selectieve elektrodes. Iedere elektrode bestaat uit valinomycine (kalium ionofoor), een referentielaag en een zilver en zilverchloride laag. Staal en Vitros referentievloeistof worden automatisch gelijktijdig gepipetteerd op de beide helften van de kalium 'slide'. Beide vloeistoffen migreren naar het midden van de brug en vormen een stabiele vloeibare verbinding tussen de referentie-elektrode en de elektrode met het staal. Iedere elektrode geeft in functie van de activiteit van de aanwezige kaliumionen een bepaalde elektrische spanning. Het spanningsverschil tussen de beide elektrodes is proportioneel met de concentratie aan kalium in het staal. Verhoogde waarden: - verminderde renale K+ uitscheiding (=meest voorkomende oorzaak van hyperkaliëmie). Mogelijke oorzaken : verminderde nierfunctie (bijv.door ondervolume), hypo-aldosteronisme (bv. M. Addison of door gebruik van bepaalde medicijnen zoals ACE remmer of spironolacton e.d.) - overmatige K+ toediening (infuus, zelden na orale toediening tenzij nierfunctie verminderd is) - uittreden van K+ uit intracellulaire ruimte. Bijv. tekort aan insuline, plotseling veel weefselbeschadiging (zoals bij chemotherapie van patiënt met snel delende kankercellen als acute leukemie, enz…), acidose. Verlaagde waarden: - K+verlies (=meest voorkomende oorzaak van hypokaliëmie). Verlies door chronische diarree of door renale aanleiding. - Ad renale oorzaak : chronisch gebruik van (niet K+ sparende) diuretica (afhankelijk van werkingsduur en dosering, cave gelijktijdig gebruik laxantia), veelvuldig braken, verhoogde mineralocorticoïde activiteit (bv. Cushing syndroom, te lang voortgezette therapie met corticosteroïden, hyperaldosteronisme, overmatig dropgebruik), renale tubulaire acidose (=uitzondering op de regel dat acidose kan leiden tot hyperkaliëmie). - versterkte verplaatsing K+ vanuit plasma naar de intracellulaire ruimte. Bijv. bij hyperinsulinemie c.q. begin insulinetherapie bij hypoglycemie, bij alkalose (bijv. door hyperventilatie), bij start bijvoeding van een sterk ondervoede patiënt. De hypokaliëmie is in deze gevallen kortdurend. - (zelden) verminderde inname (langdurige ondervoeding, anorexia nervosa) Opmerkingen: -Bij stolling treedt enig K+ uit de trombocyten zodat de K+concentratie in serum ca. 0,1-0,7 meq/l hoger is dan in plasma. -Vals verhoogde K+uitslagen (cave) kunnen optreden doordat bijv. het in de bloedcellen voorkomende K+ in vitro de gelegenheid krijgt om uit deze cellen te treden (K+concentratie in cellen is ca. 30x hoger dan in plasma). Dit kan gebeuren als : * tijdens bloedafname beschadiging van erytrocyten optreedt * na bloedafname de serumafscheiding lang wordt uitgesteld * na bloedafname van een patiënt met trombocytose c.q. leukocytose bij de serumafscheiding meer K+ uittreedt omdat er zo vele van deze cellen aanwezig zijn.
Referentiewaarden: Kalium in bloed
Detail Referentiewaarde Variabelen Geslacht Leeftijden Opm.
Kalium in Serum 3,5-5,1 mmol/L Beide Alle
kalium in Li-Heparine plasma 3,4-4,5 mmol/L Beide Alle

Ga terug