Klinisch toepassingsgebied: In de hemostase zijn de bloedvatwand, het coagulatiesysteem (plasmatische stolling) en de bloedplaatjes betrokken. Bij patiënten met bloedingneiging moet, eventueel na uitsluiten van andere oorzaken ook de bloedplaatjesfunctie worden nagekeken. De eerstelijnsonderzoeken voor plaatjesdysfunctie blijven de telling van het aantal plaatjes en de plaatjesfunctiescreening (PFA) (zie desbetreffende analysevoorschriften). De bloedplaatjesaggregatie, waarbij verschillende agonisten worden gebruikt om de plaatjesfunctie te testen, is een handig diagnostisch middel om een kwalitatief plaatjesdefect op te sporen. Normaal aggregatiepatroon: ·ADP: Wanneer toegevoegd aan PRP stimuleert ADP de bloedplaatjes om hun vorm te veranderen. Het exogeen toegevoegde ADP in lage concentratie (0.5µM) induceert een primaire aggregatie en is reversiebel. Bij stimulatie met hogere concentratie ADP (2 µM) laten normale plaatjes endogeen ADP vrij vanuit hun granulae (dense en alfa-granules) door activatie van de arachidonzuurpathway wat resulteert in een tweede golf (second wave) van aggregatie die irreversibel is. De primaire wave van aggregatie gaat de ATP sekretie vooraf, de grotere tweede aggregatiegolf valt samen met de ATP release. ·Epinefrine: Na stimulatie met epinefrine gebeurt geen vormverandering van de bloedplaatjes, maar het verdere aggregatiepatroon is vergelijkbaar met ADP. Er worden ook twee aggregatiegolven gezien. ·Ristocetine: In aanwezigheid van de Von Willebrand factor induceert ristocetine een irreversibele aggregatie agglutinatie in PRP. De aggregatiepathways worden niet geactiveerd en een granule release wordt niet in gang gezet. ·Collageen: Wanneer collageen wordt toegevoegd aan PRP adheren de bloedplaatjes aan het collageen (lagfaze). De duur van de lagfaze is omgekeerd evenredig met de concentratie van het toegevoegde collageen. De lagfaze wordt gevolgd door een single wave van aggregatie tengevolge van de activatie van de arachidonzuurpathway en de release van de granules. Normale plaatjes veranderen hun vorm waarbij endogeen ADP wordt vrijgelaten (shape change). Bij hoge concentraties collageen (>2 µg/ml) wordt rechtstreeks de release reactie op gang gebracht zonder activatie van de prostaglandinepathway. De aggregatie is irreversiebel. ·Arachidonzuur: Wanneer arachidonzuur wordt toegevoegd aan PRP wordt dit omgezet in tromboxaan A2 in aanwezigheid van cyclo-oxygenase. Met deze agonist wordt de hele metabole weg leidend tot de vorming van tromboxaan A2 getets. De aggregatie is irreversiebel Verhoogde waarden: niet van toepassing Verlaagde waarden: Men onderscheidt: Congenitale plaatjesdysfuncties: --Adhesie defecten(Von Willebrand, Bernard Soulier) --Aggregatiedefecten afibrinogenemie, Glanzmann) --Afwijkingen van sekretie of signaaltransductie (storage pool disease, receptordefecten, defecten in tromboxaansynthese, Wiskott-Aldrich,….) --…. Verworven plaatjesdysfuncties: bij Uremie, myeloproliferatieve aandoeningen, Acute leukemie, myelodysplasie, leverlijden, dysproteïnemie,… Daarnaast: -Gedaalde respons op epinefrine komt voor bij klinisch normale individuen. -Aspirine en niet steroïdale anti-inflammatoire middelen inhiberen de prostaglandine pathway. Daardoor is bij de trombocytenaggregatie de respons op arachidonzuur gestoord, en ook de second wave aggregatie van ADP en epinefrine en de respons op lage concentratie collageen. - Tal van medicaties, voedselbestanddelen, kruiden en vitamines kunnen de plaatjesfunctie beïnvloeden. Interferenties: -aanwezigheid van granulocyten in het PRP -aanwezigheid van cryoglobulines -lipemisch plasma |